Vanaf jonge leeftijd heb ik het gevoel gehad dat ik mensen sterk kon aanvoelen. Als kind kon ik daar natuurlijk geen woorden aan geven. Ik wist alleen dat sommige mensen mij een prettig gevoel gaven en anderen niet. Soms voelde ik mij ongemakkelijk in de aanwezigheid van iemand, zonder dat die persoon iets verkeerd had gedaan. Ik begreep het niet. Waarom voelde ik bij de ene persoon rust? Waarom voelde ik bij een andere persoon spanning? En waarom leek het soms alsof ik de stemming van iemand anders overnam zonder dat ik dat bewust wilde? Lange tijd dacht ik dat dit gewoon bij mij hoorde. Misschien herkent de lezer dit. Misschien ben je ooit een ruimte binnengekomen en voelde je onmiddellijk dat er iets niet klopte. Niemand had iets gezegd. Niemand had iets gedaan. En toch voelde je het. Of misschien heb je ooit naast iemand gezeten die verdrietig was, en merkte je dat je eigen stemming langzaam veranderde. Ik heb in mijn leven geleerd dat mensen elkaar voortdurend beïnvloeden. Dat gebeurt op veel verschillende manieren. Door woorden. Door gedrag. Door emoties. Door lichaamstaal. Door de sfeer die iemand met zich meedraagt. Soms nemen we iets van een ander over zonder dat we het merken. Daarom ben ik mij steeds meer gaan afvragen: Wat voel ik werkelijk zelf? En: Wat neem ik misschien over van iemand anders? Dat zijn voor mij belangrijke vragen geworden. Want wanneer je gevoelig bent voor je omgeving, kan het soms moeilijk zijn om onderscheid te maken tussen je eigen gevoelens en wat je oppikt uit de wereld om je heen. Ik heb geleerd dat aandacht daarbij opnieuw een belangrijke rol speelt. Wanneer ik iets voel, probeer ik niet onmiddellijk te concluderen wat het betekent. Ik probeer eerst te observeren. Ik vraag mij af: Was dit gevoel er al voordat ik deze persoon ontmoette? Of is het pas daarna ontstaan? Is dit iets wat bij mij hoort? Of reageer ik misschien op wat ik bij iemand anders waarneem? Door die vragen te stellen, ontstaat er een soort innerlijke ruimte. En in die ruimte kan ik beter luisteren naar mezelf. Ik denk dat dit voor iedereen belangrijk kan zijn. We leven tenslotte niet alleen. Iedere dag komen we in contact met andere mensen. Met familie. Met vrienden. Met collega’s. Met vreemden. Iedere ontmoeting kan iets met ons doen. Sommige mensen geven ons energie. Andere mensen maken ons moe. Sommige ontmoetingen laten ons groeien. Andere laten ons zien waar onze grenzen liggen. Daarom ben ik steeds meer gaan begrijpen dat bewustzijn niet alleen betekent dat je jezelf leert kennen. Het betekent ook dat je leert herkennen wat er om je heen gebeurt. Maar daar zit een belangrijk verschil in. Herkennen betekent niet dat je alles moet overnemen. Je kunt iemand begrijpen zonder zijn verdriet te dragen. Je kunt iemand helpen zonder zijn problemen jouw problemen te maken. Je kunt van iemand houden zonder jezelf te verliezen. Dat heb ik in mijn leven moeten leren. Misschien is dat één van de moeilijkste lessen voor mensen die sterk met anderen meeleven. Je wilt helpen. Je wilt luisteren. Je wilt er zijn. Maar ergens moet je ook jezelf blijven. Want als je jezelf volledig verliest in de gevoelens en problemen van anderen, kun je uiteindelijk niet meer helder zien wat van jou is. Daarom geloof ik steeds meer in het belang van innerlijke rust. Niet om jezelf af te sluiten voor de wereld. Maar om jezelf niet kwijt te raken in de wereld. De grens tussen mij en de ander Ik heb altijd geloofd dat verbinding tussen mensen iets bijzonders is. Maar verbinding betekent niet dat er geen grenzen meer bestaan. Integendeel. Misschien is een gezonde verbinding juist mogelijk omdat twee mensen zichzelf mogen blijven. Ik kan naar jou luisteren. Ik kan jouw verdriet voelen. Ik kan proberen te begrijpen wat jij doormaakt. Maar jouw leven blijft jouw leven. En mijn leven blijft mijn leven. Dat klinkt eenvoudig. Maar in de praktijk is het soms moeilijk. Vooral wanneer je iemand diep aanvoelt. Daarom ben ik steeds meer gaan begrijpen dat aandacht niet alleen naar binnen gericht moet zijn. Je moet ook leren waar je aandacht stopt. Je hoeft niet iedere deur open te zetten. Je hoeft niet iedere gedachte binnen te laten. En je hoeft niet iedere emotie van een ander mee te dragen. Dat is geen gebrek aan liefde. Dat is zelfzorg. De mensen die ons spiegelen Sommige mensen die we ontmoeten, laten ons iets over onszelf zien. Soms iets moois. Soms iets waar we liever niet naar kijken. Een persoon kan ons bijvoorbeeld heel boos maken. Maar misschien zegt die boosheid ook iets over onszelf. Een ander kan ons onzeker maken. Misschien raakt die persoon dan aan een onzekerheid die al in ons aanwezig was. Daarom kunnen ontmoetingen spiegels zijn. Niet omdat de ander verantwoordelijk is voor wat wij voelen. Maar omdat de ontmoeting iets zichtbaar kan maken wat al in ons zat. Ik heb geleerd dat dit een kans kan zijn om jezelf beter te leren kennen. Wanneer iemand mij raakt, probeer ik mij tegenwoordig af te vragen: “Waarom raakt dit mij?” Niet: “Wat is er mis met die ander?” Maar: “Wat gebeurt er in mij?” Dat kleine verschil kan veel veranderen. Want zodra je de aandacht terugbrengt naar jezelf, krijg je opnieuw de mogelijkheid om te kiezen. Je hoeft niet onmiddellijk te reageren. Je kunt eerst begrijpen. Mijn eigen zoektocht Ook vandaag ben ik nog steeds aan het leren. Ik ben 57 jaar en ik heb nog steeds niet alle antwoorden. Misschien zal ik die nooit vinden. Maar ik ben wel anders gaan kijken naar mijn eigen ervaringen. Vroeger wilde ik misschien begrijpen waarom bepaalde dingen gebeurden. Nu probeer ik soms gewoon te accepteren dat niet alles onmiddellijk een verklaring nodig heeft. Niet iedere ervaring hoeft een antwoord te krijgen. Sommige dingen mogen gewoon onderdeel zijn van het mysterie van het leven. Voor mij gaat het er vooral om dat ik mezelf niet verlies in wat ik niet begrijp. Ik blijf nieuwsgierig. Ik blijf observeren. Ik blijf vragen stellen. Maar ik probeer ook met beide voeten op de grond te blijven staan. Misschien is dat wel de grootste les die ik tot nu toe heb geleerd. Je mag openstaan voor het onbekende. Maar je hoeft niet alles te geloven. Je mag luisteren naar je gevoel. Maar je mag ook nadenken. Je mag vertrouwen op je intuïtie. Maar je mag ook vragen stellen. Voor mij hoeven die dingen elkaar niet uit te sluiten. Misschien bestaat echte wijsheid juist uit het vermogen om beide kanten te blijven zien. Open zijn. Maar ook kritisch. Geloven. Maar ook onderzoeken. Voelen. Maar ook nadenken. En misschien begint daar een diepere vorm van bewustzijn. Wat is werkelijk van mij? Dat is een vraag die ik mezelf steeds vaker stel. Niet alleen bij emoties. Ook bij gedachten. Bij overtuigingen. Bij angsten. Bij verwachtingen. Hoeveel van wat ik denk, heb ik zelf gekozen? En hoeveel heb ik ooit geleerd van mijn ouders, mijn omgeving, mijn vrienden of de maatschappij? We worden allemaal gevormd door onze omgeving. Dat is normaal. Maar ergens in ons leven komt misschien een moment waarop we mogen onderzoeken wat we werkelijk zelf vinden. Dat is voor mij een belangrijk onderdeel van de reis naar binnen. Niet alles wat je hebt geleerd, hoef je te behouden. Niet alles wat je ooit hebt geloofd, hoeft vandaag nog jouw waarheid te zijn. Je mag opnieuw kijken. Je mag opnieuw vragen. Je mag veranderen. En misschien is dat wel een van de grootste vormen van vrijheid. Dat je jezelf toestemming geeft om opnieuw te ontdekken wie je bent. Een moment voor jezelf Ga vandaag eens rustig zitten en stel jezelf drie vragen: Welke gedachten zijn werkelijk van mij? Welke gevoelens draag ik misschien mee voor anderen? En wie ben ik wanneer ik even niets hoef te bewijzen aan de wereld? Probeer niet onmiddellijk een antwoord te vinden. Laat de vragen gewoon bij je zijn. Misschien komt het antwoord vandaag. Misschien morgen. Misschien pas over jaren. Dat maakt niet uit. Want soms is een goede vraag waardevoller dan een snel antwoord. “Je hoeft niet alles wat je voelt te dragen. Je hoeft alleen te leren herkennen wat werkelijk van jou is.”
Hoofdstuk 7