Als kind durfde ik lange tijd niet in het donker te slapen. Het licht moest aanblijven. Zodra ik mijn ogen sloot, had ik het gevoel dat ik gezichten op mij af zag komen. Voor mij waren die ervaringen heel werkelijk. Ze maakten mij bang, ook al kon ik niet uitleggen wat ik precies zag. Met de jaren veranderde die angst. De ervaringen verdwenen niet helemaal, maar mijn reactie erop wel. Ik leerde rustiger te blijven en ze niet langer met dezelfde angst te benaderen als toen ik een kind was. Ik was een verlegen en teruggetrokken jongen. Achteraf heb ik vaak gedacht dat dit kwam doordat ik mensen sterk leek aan te voelen. Ik kon moeilijk uitleggen waarom iemand prettig of juist onprettig voelde. Het was geen gedachte; het was eerder een indruk die vanzelf ontstond. Vriendschappen waren voor mij bijzonder. Ik heb in mijn leven veel vrouwelijke vriendinnen gehad. Voor mij draaide die band niet om een relatie, maar om vertrouwen. Ik zag hen vaak als een zus. De verbinding voelde belangrijker dan de vorm. Rond mijn twintigste kwam er steeds één gedachte in mij op. “Ben ik hier om goed te doen?” Die vraag heeft mij nooit meer losgelaten. Later ontmoette ik een vrouw die zichzelf als spiritueel beschouwde. Vanaf de eerste dagen dat wij elkaar leerden kennen, ervoer ik iets wat ik niet eerder had gevoeld. Ik voelde een diepe, bijna tastbare kracht in mijn lichaam, vooral in mijn benen. Voor mij was dat een keerpunt. Tijdens die periode deed ik ervaringen op die ik moeilijk onder woorden kan brengen. Soms had ik het gevoel dat ik mensen op afstand kon helpen. Er waren momenten waarop ik indrukken kreeg van plaatsen waar ik nooit was geweest en die ik vervolgens beschreef zoals ik ze ervoer. Ook had ik ervaringen die ik beleefde als contact met iets wat ik toen als een geestelijke wereld zag. Ik besef dat anderen deze ervaringen anders kunnen uitleggen dan ik. Daarom presenteer ik ze niet als feiten, maar als gebeurtenissen die mijn leven diep hebben beïnvloed. Wat voor mij vooral belangrijk was, is dat ik nooit het gevoel had dat deze ervaringen bedoeld waren om mij bijzonder te maken. Integendeel. Ik had juist het gevoel dat ik iets mocht leren over verantwoordelijkheid, nederigheid en het omgaan met het onbekende. Onze relatie duurde uiteindelijk niet lang. Toch heb ik altijd het gevoel gehouden dat sommige ontmoetingen een blijvende invloed op een mensenleven kunnen hebben, ook wanneer de wegen zich later scheiden. Nu ben ik zevenenvijftig jaar. Ik doe vrijwilligerswerk, ontmoet veel verschillende mensen en merk dat ik nog steeds sterk afga op mijn eerste indruk. Niet om over iemand te oordelen, maar om te voelen of een ontmoeting veilig en oprecht aanvoelt. Door de jaren heen heb ik geleerd dat eerste indrukken niet altijd de volledige waarheid vertellen. Daarom probeer ik ze te zien als een uitnodiging om aandachtig te blijven, niet als een definitief oordeel. De vraag die ik mij als twintiger stelde, leeft nog steeds in mij. “Waarom ben ik hier?” Misschien is dat wel de belangrijkste vraag van mijn leven. Ik zoek geen roem. Ik zoek geen macht. Ik zoek alleen naar het grotere doel van mijn bestaan. En misschien is juist die zoektocht de reden waarom dit boek geschreven moest worden.
Hoofdstuk 3